Tekst Dave Schut
Beeld Ernesta Verburg en Guido Benschop/De Beeldunie
Weerloos tegen water?
Dat nooit meer
Tekst Dave Schut
Beeld Ernesta Verburg en Guido Benschop/De Beeldunie
Weerloos tegen water?
Dat nooit meer
Volgend jaar is het 70 jaar geleden dat de provincie Zeeland werd getroffen door het noodlot. Maar liefst 1.836 mensen kwamen om het leven. Dick Sies en Ineke van Dijke-Van de Vate behoren tot de overlevenden. Als ze hun ogen sluiten, zien ze het water nog steeds door de polders stromen.
Voor Ineke van Dijke-Van de Vate ligt een boek met daarin de namen van de slachtoffers, onder wie haar vader
Dick Sies (76) was 6 jaar oud toen op 1 februari 1953 de dijken braken. Hij woonde met zijn ouders en twee zusjes in Nieuwerkerk, een dorp op het eiland Schouwen-Duiveland, een van de zwaarst getroffen gebieden van wat later bekend zou worden als de Watersnoodramp. Hij verloor zijn beide ouders en een zusje. Ook een opa, oma, oom en nichtje kwamen om – zeven familieleden in totaal. Pas tientallen jaren later kon Dick erover praten. ‘Er kwam iets los in 1993, tijdens de veertigjarige herdenking. Dat werd toen groots opgezet, met veel aandacht van radio, kranten en tijdschriften.’ Dat er een trauma opspeelde, besefte hij later pas. ‘Daar ben ik samen met mijn huisarts achter gekomen.’ Hij begon vragen te stellen aan andere overlevenden. ‘Vooral bij de biljartclub, waar veel oudere mensen zaten die het bewuster hadden meegemaakt dan ik. Na verloop van tijd wist ik precies bij wie ik moest zijn om de verhalen te horen.’ Dat werd nog makkelijker toen hij met pensioen ging en vrijwilliger werd bij het Watersnoodmuseum. ‘Daar heb ik de grootste verwerking gehad.’
‘Het is me altijd
bijgebleven dat het
water door de voordeur
naar binnen kwam’

Dick Sies met een foto van zijn ouders
Ravage Ineke van Dijke-Van de Vate (78) is ook vrijwilliger bij het museum. Zij was 8 jaar oud tijdens de ramp, en woonde net als Dick in Nieuwerkerk. ‘Wat me altijd is bijgebleven, is dat het water door de voordeur naar binnen kwam. Gewoon door de kieren. Dat was te bizar voor woorden. Naarmate het hoger kwam, braken de ramen en bracht mijn vader ons naar zolder.’ Vanuit het raam zag ze de ravage. ‘Een enorme chaos. Pakken stro, varkens, paarden. Ach, dat was ook zo verdrietig. Die paarden zwommen rondjes en konden nergens naartoe. Tot ze het niet meer uithielden en zich uit wanhoop maar onder water lieten zakken.’ Haar vader was inmiddels met een vriend de polder ingegaan om een andere familie met jonge kinderen op te halen. Ineke: ‘Daar zijn ze helaas nooit aangekomen. Pas anderhalf jaar later werd het lichaam van mijn vader gevonden.’ Net als Dick verloor Ineke meerdere van haar familieleden. Behalve haar vader ook haar grootouders, ooms, tantes, neefjes en nichtjes. Het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk werd geopend in 2001 en wordt jaarlijks door zo’n honderdduizend mensen bezocht. ‘Het verhaal van de mensen die het hebben meegemaakt, staat centraal,’ zegt directeur Siemco Louwerse. Maar het museum is er niet alleen om terug te kijken. ‘We proberen het ook te vertalen naar vandaag en de toekomst. Vorig jaar hebben we veel aandacht besteed aan de overstromingen in Limburg, België en Duitsland. Om te laten zien dat het niet alleen iets van vroeger is, maar ook van nu. We moeten alert zijn.’ Volgens Louwerse kan het waterbewustzijn in Nederland wel een boost gebruiken. ‘We scoren niet goed, blijkt helaas uit de OESO-rapporten. Wij denken al gauw: de overheid regelt dat wel voor ons. In Jakarta bijvoorbeeld, staan mensen in sommige wijken meerdere keren per jaar met de voeten in het water. Daar is het waterbewustzijn sterker dan hier.’
Zaadje planten Jaarlijks wordt de ramp herdacht, en iedere 5 jaar gebeurt dat met extra aandacht. ‘In 2023 is het 70 jaar geleden. Dan kijken we 70 jaar terug en 70 jaar vooruit. Ik hoop dat we een zaadje planten: dat nooit meer.’ Ook Ineke waarschuwt. ‘Wat er toch allemaal boven de mensheid hangt aan natuurverschijnselen – ja, daar mag best bij worden stilgestaan. Ik geloof niet dat we het water kunnen tegenhouden, maar we moeten er zorgzaam mee omspringen. Als het moet, kunnen we het. Maar ja, als het niet moet, doen we het niet. We zijn net kinderen natuurlijk.’ Dick doet op 1 februari mee met een herdenkingsconcert in zijn eigen gemeente. ‘Ik speel op de trombone in een orkest. Dat vind ik mooi. Misschien ook wel moeilijk, maar ik moet dat gewoon doen. Ik wil betrokken blijven.’ Hij vindt dat het verhaal van de ramp steeds weer verteld moet worden. ‘Niet zeggen van: ja, het is over. De kracht van water... Die blijft bestaan. Dat mag nooit worden onderschat. We zitten nu wel achter de stormvloedkeringen, maar je weet maar nooit.’