Tekst Bas Nieuwenhuijsen

Beeld Shutterstock

Zeespiegelstijging

Houden we het droog...
of niet?

Tijd voor ‘plan B’

Het VN-klimaatpanel IPCC brengt 25 september een nieuw rapport uit over de stijging van de zeespiegel. Die zou in 2100 zomaar anderhalve meter kunnen zijn. Op de korte termijn is er geen reden tot zorg. Onze grote Deltawerken, dijken, andere keringen en kunstwerken redden het wel tot het einde van deze eeuw. Maar het besef en gevoel van urgentie over wat er daarna gebeurt, ontbreekt tot nu toe.

Aan de ene kant is er niks nieuws onder de zon: Neder­land daalt en de zeespiegel stijgt. Dat is al jaren zo en zal nog jaren zo blijven. Maar aan de andere kant is er wel nieuws te verwachten van het IPCC-rapport. Dat zal nieuwe gegevens bevatten over de snelheid waarmee de zeespiegel stijgt. Bart Verheggen, docent Aard- en klimaatwetenschappen aan Amsterdam University College (AUC): ‘Er zijn aanwijzingen dat de zeespiegel sneller zal gaan stijgen dan tot nu toe werd gedacht. De cijfers van het IPCC hebben betrekking op de stijging wereldwijd, voor Nederland wordt dat "vertaald" door het KNMI. Tot dusver werd daarin uitgegaan van een stijging van 30 centimeter tot een meter in 2100. Op basis van recente literatuur verwacht ik dat die bovengrens omhooggaat, misschien wel tot anderhalve meter in 2100, maar dat moeten we afwachten.’

Dat lijkt misschien niet veel, maar Verheggen wijst op een belangrijk punt. ‘De stijging van de zeespiegel komt langzaam op gang, maar is heel moeilijk te stoppen. Je kunt het wel beïnvloeden. Maar zelfs als we nu de CO2-emissies drastisch omlaag brengen, blijft de zeespiegel nog eeuwen stijgen, zij het minder dan wanneer we niets zouden doen. Rond het jaar 2300 zou het water wel eens vier meter hoger kunnen staan dan nu.’ Kunnen we dan nog wel droge voeten houden in de polders? Lastig te zeggen, vindt Verheggen, want er zijn veel onzekerheden. ‘Wie weet hoe de wereld er dan uitziet en hoe onze kennis dan is? Kun je de dijken eindeloos ophogen? Ik denk dat er een soort kantelpunt is in de strijd tegen het water, maar waar dat precies ligt? En dan? Moeten we grote delen van Nederland dan opgeven?’

Daar raakt hij een andere kwestie aan: op dit moment is er geen ‘plan B’ voor het geval de huidige kustverdedigingslijn niet langer houdbaar blijkt te zijn. Dat probleem staat niet direct voor de deur, daar gaan nog decennia, zo niet eeuwen overheen. Maar dat is volgens Verheggen geen reden om er niet nu al over na te denken. ‘Ik vind het onverantwoord om het probleem gewoon voor ons uit te schuiven, zonder enig zicht op potentiële oplossingen, en maar te hopen dat het goed komt. Dat vind ik moreel onverdedigbaar. Ik denk dat er in de samenleving en de politiek nog te weinig besef is van de omvang en de urgentie van het probleem.’

‘We kijken
stelselmatig
vooruit en passen
het beleid aan’

Stelselmatig aanpassen

Ludolph Wentholt, programmamanager waterveiligheid bij STOWA (het kenniscentrum van de waterschappen), benadrukt dat Nederland een goed functionerend systeem heeft om het beleid aan de feiten aan te passen. ‘Daar zijn duidelijke afspraken over. Organisaties zoals Deltares, het KNMI en universiteiten doen fundamenteel onderzoek. Deze maand komt het IPCC-rapport uit, dat zet het KNMI in 2021 om in scenario’s voor Nederland.’ We steken de kop dus niet in het zand maar kijken stelselmatig vooruit en passen het beleid aan, wil hij maar zeggen. ‘Wij zetten telkens kleine stappen volgens een vast plan.’

Wentholt ziet op korte termijn geen onoverkomelijke problemen rijzen, maar na 2100 kan dat anders zijn. ‘Onze grote Deltawerken, dijken, andere keringen en kunstwerken redden het wel tot het einde van deze eeuw. Maar dan is veel aan vervanging toe. Dat kost veel geld, dus daar moet je je op voorbereiden, en prioriteiten stellen. Het zou goed zijn als we een masterplan maken, anders is het niet te bevatten wat er moet gebeuren en ook niet te betalen.’

Net als Verheggen mist hij voldoende besef en gevoel van urgentie in de samenleving. ‘Dat heeft te maken met de lange termijn waarop dit speelt en met risicoperceptie. We hebben de neiging te denken dat het wel goed blijft gaan. Maar op de lange termijn zullen we fundamentele keuzes moeten maken. Het huidige beleid loopt tot 2050, dat hoeven we niet echt te veranderen. Er zit genoeg zelfkritisch vermogen in het systeem om het tussentijds bij te stellen. Wij doen bijvoorbeeld systeemverkenningen en kijken naar de "knikpunten": is het huidige systeem houdbaar, en tot wanneer is dat zo? Laten we intussen goed nadenken, strategische keuzes verkennen en vooral jongeren erbij betrekken, want de nieuwe generaties komen met de problemen te zitten.’



‘Moeten we grote
delen van Nederland
dan opgeven?’

Gerelateerde artikelen

Deel dit artikel