Tekst Harmke Berghuis

Beeld Merlin Daleman

Meelopen met... peilbeheerder Silvio Zeeman

Altijd klaarstaan als het regent

Silvio Zeeman is peilbeheerder bij het hoogheemraadschap van Delfland. Het water in sommige sloten staat bijna gelijk met de kade. De huizen daarachter, soms op nog lager niveau, zien er ineens heel kwetsbaar uit. ‘Als het waterpeil hier stijgt, moeten we gelijk ingrijpen.’

Met een pasje opent Silvio Zeeman de deur naar de regelkamer. Vanwege de veiligheid hebben alleen peilbeheerders toegang tot de systemen waarmee de automatische gemalen, inlaten en stuwen van Delfland worden aan­gestuurd. Een peilbeheerder regelt de waterstanden in een gebied. Hij zorgt ervoor dat water op het juiste moment wordt weggepompt of ingelaten. Dat doet hij aan de hand van complexe berekeningen, onder andere op basis van de weersvoorspellingen. Een groot beeldscherm in de hoek van de regelkamer vertoont continu een geavanceerde buienradar, waarop grote wolken duidelijk zichtbaar langstrekken. Zeeman is blij: ‘Ik vind het echt leuk als het hard regent. Dan leer je je gebied nog beter kennen en ontdek je de zwakke plekken in het systeem.’


Rennen bij regen

Het hoogheemraadschap van Delfland beheert bijna zevenhonderd peilgebieden. Dat zijn gebieden, zoals polders of bebouwde gebieden, waarin een verschillend waterpeil wordt gehanteerd, op basis van het daar geldende peilbesluit. Het waterschap stelt zo’n peilbesluit vast door rekening te houden met allerlei factoren, bijvoorbeeld waar de grond voor wordt gebruikt: bebouwing, landbouw, natuur. De peilbeheerder levert daarvoor belangrijke informatie aan, want hij kent het gebied als geen ander.

Vervolgens is het zaak het waterpeil aan het peilbesluit te laten voldoen. ‘Zo’n peilbesluit streef je na, maar je komt nooit precies op nul uit. We stellen de kunstwerken (gemalen, stuwen en inlaten) zo in dat we tussen de +5 en -5 centimeter blijven, omdat het water hoger staat waar het binnenkomt dan waar het eruit gepompt wordt. Dat noemen we de verhang in de watergang.’

Bij regulier weer – niet te veel, niet te weinig regen – stellen de peilbeheerders de automatische gemalen en inlaten in en kijken dan op de achtergrond mee of alles goed werkt. Spannender, of in Zeemans ogen leuker, wordt het als het hard gaat regenen. Verwacht of onverwacht. Deze week is zo’n week, waarin het deels heel warm is en het vervolgens met bakken uit de lucht valt. ‘Het is raar weer, onvoorspelbaar. Als ik in zo’n week als deze nachtdienst heb, ga ik er wel een paar keer per nacht uit. Ook als er geen alarm is, ga ik toch kijken hoe het er allemaal voor staat. Maar het kan ook gebeuren dat je ‘s nachts gewekt wordt vanwege een hoogwateralarm.’ Met een lach: ‘Dan moet er wel iemand gaan rennen.’


‘Tijdens een crisis
voelt het
alsof je bij de
brandweer werkt’

Brandweer

Wil dat zeggen dat de boel gaat overstromen? Dat valt wel mee, legt Zeeman uit. ‘In alle peilgebieden hebben de beheerders het waterpeil zo ingesteld dat ook als het water boven het gewenste peil uitkomt, het gebied nog niet overstroomt. Dat biedt dus wat extra speelruimte. Maar soms is de neerslag zo extreem, dat zelfs de extra speelruimte niet voldoet. Op zo’n moment worden de mobiele pompen ingezet. Tijdens een crisis voelt het wel een beetje alsof je bij de brandweer werkt. Maar peilbeheerders zijn zo betrokken. Ze staan altijd klaar als het regent.’

En dan is er nog het boezemgebied. Wat dat is? Als het water in bijvoorbeeld een polder te hoog wordt, wordt het water weggepompt naar de boezem. Dat is het hoofdwaterstelsel van vaarten, ofwel de snelweg van het water. Daarvandaan wordt het overtollige water naar de Nieuwe Waterweg of naar de Noordzee afgevoerd.

‘In het boezemsysteem hebben we enkele calamiteitenwaterbergingen aangelegd, voor als het water zelfs voor de boezem te hoog komt. Dat is hard nodig in onze laaggelegen en vaak verharde regio waar ruimte voor water schaars is. Die bergingen zijn bijvoorbeeld weilanden met daaromheen een dijk die we vrijhouden voor extreme neerslag. Soms worden die gebieden gepacht en loopt er vee. We hebben dan afspraken met de boer. Als we bellen, moet het vee binnen twee uur weg zijn.’

‘De berekening was dat je die gebieden eens in de 10 tot 15 jaar gebruikt, maar we zetten ze wel vaker in. Sommige zelfs wel één keer per jaar. Daaruit blijkt wel dat het weer extremer wordt.’

Op het beeldscherm verwijzen vierkantjes, rondjes en driehoekjes naar de gemalen, inlaten en stuwen

‘Als er veel neerslag is, ontdek je de zwakke plekken in het systeem’

Eén keer per week controleert Zeeman de peilschalen; het zijn er zo'n duizend

Gesloopt of gepikt

Minimaal één keer per week is Zeeman buiten te vinden. Dan gaat hij op pad om de peilschalen in het gebied te controleren. ‘Ze worden weleens afgemaaid, gesloopt of gepikt.’ Het zijn er zo’n duizend, dus er is genoeg te doen. Peilschalen zijn de blauwe meters die in de watergangen hangen. Eén keer per maand worden ze afgelezen door een operationeel beheerder, die de gegevens weer doorgeeft aan de peilbeheerder. ‘De peilbeheerder vergelijkt deze gegevens binnen weer met de digitale niveaumeters en kijkt of we binnen de beheermarge van +5 en -5 zitten. Je moet dus zeker weten dat de peilschalen goed hangen.’

Zeeman parkeert zijn bus naast een kleine sloot en trekt een groene waterwerende overall aan die tot over zijn middel komt. Met een zwarte lat met daaraan een schermpje maakt hij verbinding met de gps om de locatie en de hoogte van de peilschaal te meten. Zeeman moet de peilschaal iets aanpassen. Hij prikt eerst met een lange stok in het water: even kijken hoe diep het is. En klimt er dan in. Met een boor gaat hij aan de slag en hangt de peilschaal precies op de juiste plek. Op het hout zie je aan een duidelijke verkleuring van ongeveer een centimeter waar de peilschaal eerst hing, mogelijk door het zakken van de bodem.

Het werk van peilbeheerders is in de loop der jaren flink veranderd. ‘Het werk wordt tegenwoordig steeds integraler. Er zijn veel verschillende belangen om rekening mee te houden. Het waterschap houdt rekening met bijvoorbeeld vismigratie, begroeiing in het water, vaarverkeer. Dat maakt het werk complex, maar ook leuk. Ik ben bijvoorbeeld aangesloten bij de werkgroep De Groene Motor, voor meer waterplanten in de watergangen. Ik denk graag mee: hoe zorg je dat er begroeiing kan zijn en het water toch voldoende doorstroomt?’


‘Soms is de neerslag
zo extreem,
dat extra speelruimte
niet voldoet’

Gerelateerde artikelen

Deel dit artikel