Tekst Marc Notebomer

Beeld Deltacommissaris

Deltaprogramma 2020

‘Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie moet nationaal worden gedragen’

Al 36 jaar heeft Peter Glas ervaring in waterbeheer, onder andere als watergraaf van waterschap De Dommel en als voorzitter van de Unie van Waterschappen. Sinds het begin van dit jaar is hij deltacommissaris. Om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te maken, is samenwerking met private partijen onmisbaar, aldus Glas. ‘Want de overheid kan dat niet alleen.’ Lastig is bovendien dat we niet in de toekomst kunnen kijken. ‘Dat betekent dat je adaptief en flexibel moet zijn en voorbereid op meerdere toekomstscenario’s.’

Glas kwam min of meer toevallig ‘in het water’ terecht. Als mathematisch bioloog solliciteerde hij op een functie bij het Waterloopkundig Laboratorium in Delft, nu Deltares. Al snel raakte hij gefascineerd door het onderwerp. ‘Het heeft me vervolgens nooit meer losgelaten,’ lacht hij.

Zijn benoeming tot deltacommissaris was voor hem een hoogtepunt. En — vanwege zijn ‘decentrale’ verleden — een voorrecht. Glas: ‘Als regeringscommissaris voor het Deltaprogramma ben ik er namelijk niet alleen voor het kabinet, maar ook voor de decentrale overheden en andere betrokken sectoren.’ Hij hoopt dat het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie – dat twee jaar geleden voor het eerst werd opgesteld – breed en nationaal gedragen zal worden. In dat Deltaplan maken gemeenten, waterschappen, provincies en rijk afspraken om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen. ‘Dat is nodig ook want we staan voor een enorme opgave. Door klimaatverandering neemt de kans op hitte, droogte, overstromingen en wateroverlast immers toe.’


Landmarks

‘Gelukkig hebben we als sector de wind al even in de rug,’ gaat hij verder. ‘Sinds de commissie-Veerman – die onder leiding van oud-minister Cees Veerman in 2008 advies uitbracht over hoe we ons het beste tegen overstromingen kunnen beschermen – is er veel gebeurd. Met als belangrijke landmarks de totstandkoming van de Deltawet (2012) en de benoeming van de eerste deltacommissaris Wim Kuijken (2009). In het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie dat vorig jaar is getekend, is voor de komende jaren 600 miljoen euro vrijgemaakt voor klimaatadaptatiemaatregelen. En in het tweede Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie – dat vorig jaar op Prinsjesdag verscheen – stelt het rijk aan decentrale overheden nog eens 20 miljoen euro extra beschikbaar.’

Glas: ‘Dat geld kunnen decentrale overheden in de periode 2019-2020 onder andere gebruiken om stresstesten en risicodialogen uit te voeren, pilots te doen op het gebied van ruimtelijke adaptatie en inwoners en bedrijfsleven te stimuleren klimaatbestendig te handelen. Glas: ‘De eerste projecten in het kader van deze regeling vinden al plaats: in de stad Groningen, de regio Utrecht (Utrecht, Nieuwegein, Houten, Zeist en Kockengen) en de Limburgse gemeente Meerssen (zie ook Klimaatadaptie in de praktijk).’

Al deze inspanningen zijn erop gericht om Nederland in het jaar 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te maken en te zorgen dat er voldoende zoet water beschikbaar is. Daartoe zijn overheden bezig om 1) te analyseren wat de gevolgen van klimaatverandering voor de diverse functies in een gebied in de periode tot 2050 zijn; 2) concrete doelen te stellen voor het verbeteren van de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid tot 2050 en een daarbij passende strategie te formuleren, en 3) de doelen en strategie vast te leggen in beleidsplannen, wetten en programma's voor uitvoering, beheer en onderhoud. ‘Als overheid spelen we vanzelfsprekend een centrale rol,’ zegt Glas. ‘Maar juist als het gaat om ruimtelijke adaptatie, kunnen we het niet alleen.’ Hij wijst naar het raam van zijn Haagse kantoor. ‘Zeker 60 procent van wat je hier ziet, is in handen van private partijen. Aanpassingen in de omgeving kun je dus niet zonder hen maken.’

‘We staan voor een
enorme opgave’

Peter Glas: ‘In het tweede Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie stelt het rijk nog eens 20 miljoen euro beschikbaar’

Toekomstscenario's

Het jaar 2050 is nog ver weg. Om maar te zwijgen over 2100, waar toch ook al naar ‘doorgekeken’ wordt. Hoe maak je beleid dat zo’n tijdspanne overbrugt? Dat is lastig, geeft Glas toe. ‘Voor de uitdagingen van vandaag, hebben we oplossingen. Maar nu iets verzinnen en ervan uitgaan dat het over 50 jaar nog steeds voldoet, is niet reëel en verstandig. Want wat er in de toekomst gebeurt, kunnen we niet voorzien.’

‘Om deze inherente kwetsbaarheid het hoofd te bieden, moet je adaptief en flexibel zijn en rekening houden met meerdere toekomstscenario’s, waaraan je meerdere adaptatiepaden verbindt. Doen wat nu nodig is en aanvullende maatregelen klaar hebben liggen voor wanneer deze in de toekomst nodig zijn. En je realiseren: zonder risico is het nooit.’


Toekomstbestendig

Waterschappen zijn als geen ander deskundig in waterbeheer. Welke rol is voor hen weggelegd? Glas: ‘Het OESO-rapport Water Governance in the Netherlands - Fit for the Future? (2014) bevestigde het al: het Nederlands waterbeheer is klaar voor de toekomst en de waterschappen spelen daarin een cruciale rol. Ze brengen specifieke kennis met zich mee en zijn onmisbaar in allerlei gebiedsprocessen. Ze hoeven dus niet bescheiden te zijn, maar het brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. De opgaven waar wij en de waterschappen aan werken, worden op alle fronten steeds uitdagender. De eisen die worden gesteld nemen toe, nieuwe ontwikkelingen leiden tot nieuwe vragen, maar ook stellen steeds mondigere inwoners hogere eisen aan de manier waarop de overheid zijn werk doet. En terecht. Als partners binnen het Deltaprogramma moeten we hierin samen optrekken en samenwerken, want niemand kan het alleen. De kracht zit in gezamenlijkheid.’

‘Water moet
een ordenend
principe worden’

Het Bestuursakkoord Water uit 2011 heeft bovendien de positie van waterschapen op de kaart gezet, aldus Glas. ‘Niet alleen werken ze in het kader daarvan samen met provincies en gemeenten, ook hebben ze elkaars taal leren spreken. Institutionele kwesties spelen dan veel minder een rol. Dat rendement is nog steeds duidelijk zichtbaar. Het landt in wetgeving en in financiële kaders. Daardoor verbetert het totaal van de samenwerking en van de resultaten die we behalen.’

Deze week is op Prinsjesdag het Deltaprogramma 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer. Glas: 'Dat benadrukt dat een toekomstbestendig Nederland, naast veilige waterkeringen en de beschikbaarheid van voldoende zoetwater, ook een klimaatbestendige ruimtelijk inrichting vergt. En dat de doelen van het Deltaprogramma om die reden door moeten werken in de omgevingsvisies van rijk, provincies en gemeenten. De uitdaging is "water" te koppelen aan "ruimte". Andere belangrijke boodschappen zijn: 1) alle hens aan dek bij de dijkversterkingsoperatie! Tot 2050 gemiddeld een kilometer per week, de grootste waterveiligheidsoperatie sinds de deltawerken en 2) minder water afvoeren en meer vasthouden om onze weerbaarheid in droge tijden te vergroten.' Water moet een ordend principe worden, aldus Glas. 'Maak maximaal gebruik van de mogelijkheden die de instrumenten uit de Omgevingswet bieden om het "waterbelang" hoog op allerlei agenda’s te krijgen.'



Kennisprogramma Zeespiegelstijging

In het Deltaprogramma 2019 adviseerde de deltacommissaris om onderzoek naar de relatie tussen opwarming van de aarde, zeespiegelstijging en de gevolgen voor Nederland te intensiveren. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft daarop het meerjarig Kennisprogramma Zeespiegelstijging in gang gezet. De komende jaren levert dit 1) meer kennis op over de gevolgen van versnelde zeespiegelstijging voor de Nederlandse delta en 2) opties om daar verstandig op te anticiperen en met onzekerheden om te gaan. De nieuwste wetenschappelijke inzichten over toekomstige zeespiegelstijging van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en het KNMI zullen worden meegenomen.

Het programma krijgt uitwerking binnen het Deltaprogramma, samen met alle partners.

Gerelateerde artikelen

Deel dit artikel