Tekst Jelle van der Meulen

Beeld Waterschap Aa en Maas

Meelopen met afdelingshoofd afvalwaterbehandeling Rob van de Sande

Op zoek naar het onbekende

Rob van de Sande is sinds kort afdelingshoofd afvalwater­behandeling bij waterschap Aa en Maas. Daarvoor experimenteerde hij er als innovatie-technoloog al lustig op los. Hij vraagt zich af of Nederland op watergebied wel de voorloper is die het zegt te zijn. ‘De Nederlandse grondhouding is vooral: ergens heel kritisch naar kijken maar niet altijd actie ondernemen.’

Toen Rob van de Sande 10 jaar geleden bij het waterschap begon, leerde hij een belangrijke les die hem altijd is bijgebleven. Een oude leermeester van hem bouwde met een team van vijftig man een proefversie van een machine. Het project kostte ruim 1 miljoen euro, maar wat gebeurde er? ‘Dat ding deed het niet,’ zegt Van de Sande. ‘Toch gaf de directeur van dat bedrijf het hele team een dikke bonus. Nu hoefde hij de definitieve versie van de machine niet te bouwen, wat hem het honderdvoudige scheelde. Dat is waardevol leergeld dat je betaalt.’

Toekomst

Van de Sande wil er maar mee zeggen: proeven zijn juist bedoeld om te zien of iets werkt. Als innovatietechnoloog bij waterschap Aa en Maas was hij daarom constant bezig met experimenteren. Volgens zijn collega’s tot vervelens toe, knipoogt hij. ‘Die werkwijze, van uitproberen en leergeld betalen, is nog altijd de drijvende kracht achter alle proeven die we lanceren.’ ‘We willen early adopters zijn,’ legt Van de Sande uit. ‘Wat hebben we nodig om de problemen van de toekomst op te lossen? Het is aan het waterschap om alle ideeën daarover te vertalen naar de praktijk. Wat we daarvoor nodig hebben - geld, tijd, denkkracht, netwerk - probeer ik te faciliteren, met natuurlijk de hoop dat dat uitmondt in een proef of pilot.’ Ondertussen loopt op vrijwel elke zuiverings­installatie van Aa en Maas een kleine of grote proef, variërend van nieuwe slibverwerkingstechnologie tot pogingen om drinkwater­kwaliteit te produceren.’

‘Iedere kleine oplossing draagt bij aan het grotere geheel’

Sneeuwbaleffect Bij al die proeven is samenwerking heel belangrijk. Niet alleen met gevestigde partijen maar ook met de buitenwereld. ‘Iedereen die met ons wil praten, kan iets waardevols te bieden hebben,’ aldus Van de Sande. ‘Zo niet voor nu, dan wel voor later. Je kunt overal inspiratie opdoen: een project in de mijnbouw, waar men werkt met hoge temperaturen, kan bijvoorbeeld prima vertaald worden naar de toekomst van de slibverwerking.’ ‘Gaat het eenmaal rond dat je bezig bent met innovatie,’ zegt Van de Sande, ‘dan komt snel een sneeuwbaleffect op gang. Je moet zoeken naar wat je nog niet weet. Dus praat ik met iedereen en weten mensen mij te vinden. Collega’s sturen me dingen toe: heb je dat al gezien, heb je die al gesproken? Dan gaat je naam rondzingen, intern en extern, en heb je heel snel een werkportefeuille die je niet in je eentje kunt dragen.’

Op vrijwel elke zuiveringsinstallatie van Aa en Maas loopt een grote of kleine proef, aldus Rob van de Sande

‘Je moet zoeken naar wat je nog niet weet’

Kennishouders Waar de meeste waterschappen het volgens Van de Sande moeten doen met slechts een medewerker die alle duurzaamheidsdossiers op zijn bordje krijgt, heeft waterschap Aa en Maas een team samengesteld met daarin vier specialisten op het gebied van aquathermie, energieneutraliteit, klimaatneutraliteit en de Regionale Energiestrategieën (RES). ‘Dat is maar goed ook,’ zegt Van de Sande, ‘want de problematiek waarmee die experts zich bezighouden is uitermate complex.’ Zogenaamde gestapelde opgaven zijn eerder regel dan uitzondering. In de waterzuivering is dat niet anders, legt hij uit. ‘Als je grondstoffen wilt terugwinnen, heb je meer energie nodig.’ Hij steekt vertwijfeld zijn handen in de lucht. ‘Daar zit een lineair verband tussen. Wil je rioolwater schoner maken, dan is het vanuit de huidige werkwijze altijd het een of het ander. Dat lossen we in mijn optiek op door ermee bezig te zijn. Ga op al die fronten onderzoek doen. Dan komen ze over 20, 30, 40 jaar samen en vinden we de oplossing.’

Drempels Een voorbeeld is de huidige proef in Asten, waar proceswater wordt gemaakt uit gemeentelijk afvalwater. ‘Daar zit veel industrie in de buurt: glastuinbouw, landbouw, natuurgebieden. Zij gebruiken allemaal water. Sommige bedrijven gebruiken schaars grondwater terwijl je - na opwaardering - ook water van een andere herkomst prima kunt gebruiken; dat is al een oplossing. Andere bedrijven kunnen juist beter een grondstoffen­fabriek gebruiken om het afvalwater te zuiveren. Iedere kleine oplossing draagt bij aan het grotere geheel.’

Hoewel Van de Sande zowel lokaal als landelijk veel innovatie en ontwikkeling ziet, twijfelt hij of Nederland op watergebied werkelijk de voorloper is die het zegt te zijn. ‘Als kennishouder zijn we vaak heel goed, maar er zijn drempels in de keuzes die we maken. Neem de omgang met medicijnresten. In Zwitserland en Duitsland springen de fabrieken als paddenstoelen uit de grond. Nederland wil dat ook, maar dan komt er een wetsvoorstel dat traineert en worden opeens al die plannen heroverwogen. Dat is ook wel de Nederlandse grondhouding: ergens heel kritisch naar kijken, maar niet altijd actie ondernemen.’ In december 2021 eindigde Van de Sande als derde in de Publiek Denken Top 100 Ambtenaar van het Jaar. Een mooie blijk van waardering, maar ook een stimulans voor zijn persoonlijke ontwikkeling: ‘Het heeft me ontzettend getriggerd hoe andere mensen naar mij en ons werk kijken. Hoe leg je het werk uit aan iemand die geen flauw idee heeft van waar je mee bezig bent?’

Verdieping en verbinding

Meer dan voorheen verdiept Van de Sande zich daarom in zijn gespreks­partners, om tot meer verbinding en verdieping te komen. ‘Ik bedenk van tevoren goed wat de ander wil weten, wat mogelijke belangen en risico’s zijn. Je moet niet denken aan een politiek steekspel, het gaat meer om aansluiten bij de belevingswereld van de ander. Hoe kunnen we beiden een nuttig en constructief gesprek voeren?’ Zijn behoefte aan persoonlijke ontwikkeling leidde Van de Sande in januari van dit jaar naar een nieuwe baan bij het waterschap. Als afdelingshoofd afvalwaterbehandeling is hij nu verantwoordelijk voor twee zuiverings­regio’s. ‘De eerste 7 jaar van mijn werk heb ik altijd dicht bij de operatie gestaan. Met calamiteiten heb ik letterlijk stront staan scheppen,’ lacht hij. ‘Die dagelijkse dynamiek is prachtig, maar nu de boel bestieren is een mooie kans voor mij.’ Zijn taken en verantwoordelijkheden zijn weliswaar anders dan voorheen, maar hij blijft actief in het vakgebied van de waterzuivering. ‘Men zegt weleens dat de aanleg van de riolering het beste medicijn is geweest in onze geschiedenis. Iedereen beschouwt het als een afvoerputje, “weg ermee”, maar wij proberen er juist iets moois van te maken. We zorgen voor schoon water en dat heeft maatschappelijke relevantie: het is een prachtig beroep.’

Gerelateerde artikelen

Deel dit artikel