Tekst Marc Notebomer

Beeld Merlin Daleman en ministerie van IenW

Omgaan met droogte

Tekort aan water wordt gewoon

‘Niet alles kan meer, dat is duidelijk’

De extreme droogte van 2018 en 2019 heeft de waterschappen niet overvallen. Eigenlijk vormde het de ideale stresstest. De recente aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte geven de waterschappen concrete handvatten om droogte nog beter het hoofd te bieden. ‘Toch zullen we er aan moeten wennen dat een tekort aan zoet water geen uitzondering meer is,’ zegt voorzitter van de Unie van Waterschappen en dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Rijnland Rogier van der Sande.

Volgens Van der Sande heeft Nederland al langer te maken met extremen. ‘We hadden grote overstromingen in het gebied van de Maas en de Rijn 25 jaar geleden en 1976 was landelijk gezien het droogste jaar ooit. In dat opzicht was er in 2018 en 2019 niet zoveel nieuws onder de zon. Wel is onze bewustwording toegenomen en in een breder kader van klimaatverandering geplaatst. We realiseren ons dat de kans op droogte en watertekort toeneemt. Het kan normaler worden. Dat is de verandering die 2018 en 2019 teweeg hebben gebracht.’

‘Eigenlijk zijn er twee Nederlanden,’ gaat Van der Sande verder: ‘Hoog en laag. Op de zandgronden van hoog Nederland is de afhankelijkheid van regenwater groot, helemaal als er geen rivieren in de buurt zijn. Op die zandgronden zakt het grondwater hard en dat levert problemen op voor de landbouw, natuur en milieu, de industrie, drinkwaterbedrijven... iedereen eigenlijk. In dat opzicht waren 2018 en 2019 een ultiem voorbeeld van schaarste van zoet water.’

‘In laag Nederland levert het tekort aan water op sommige plekken verzilting op. Dat wil zeggen dat het zoutgehalte in het water te hoog wordt. Dit levert problemen op voor innamepunten van drinkwaterbedrijven en voor bijvoorbeeld bollen- en boomkwekers. Hun gewassen zijn niet bestand tegen te zout water.’

‘Onze bewustwording is
in een breder kader van
klimaatverandering geplaatst’

Dijken

Een ander probleem, dat misschien minder bekend is, heeft te maken met dijken die indrogen. Van der Sande: ‘Met name veendijken lopen dat risico en daar hebben we er nogal wat van. Dijken moeten nat blijven, dat geeft ze massa. Dat geldt voor alle dijken die van natuurlijke materialen zijn gemaakt maar zeker voor die van veen. Ik moet toegeven: dat was een zorg. Het heeft de inzet van veel mensen gekost om de toestand van onze dijken in de gaten te houden. Gelukkig hebben we daar steeds meer technieken voor: satellietbeelden, sensoren in de dijk. Maar nog steeds is het verstandig om ook rond te lopen.’

Het gaat bij droogte dus ook om veiligheid? Van der Sande: ‘Zeker gaat het om veiligheid. Maar het watertekort had zijn impact op allerlei sectoren en vlakken. Neem bijvoorbeeld de scheepvaart, die last had van de lage waterstand in rivieren. Dat had consequenties voor de distributie van goederen, tot en met brandstof aan toe. Dat betekende ook wat voor Duitsland, stroomopwaarts. Die internationale component is ook van belang.’


Ideaal

‘Volgens Van der Sande heeft de droogte van 2018 de waterschappen niet overvallen. ‘Ook toen hadden we al draaiboeken klaarliggen. Je zou kunnen zeggen dat 2018 en 2019 real life stresstesten waren. Bijvoorbeeld als het gaat om de inzet van middelen: de Kleinschalige Wateraanvoer (stelsel van stuwen, watergangen en gemalen dat in tijden van watertekort zoet water naar West-Nederland aanvoert, red.) is keurig aangezet en functioneerde beter dan gedacht. Dat was een bevestiging van onze keuze om die uit te breiden. En ook de verdringingsreeks (bij ernstige watertekorten hanteren waterbeheerders de verdringingsreeks. Deze geeft de rangorde van maatschappelijke behoeften aan bij de verdeling van beschikbaar water, red) heeft voor veel waterschappen goed gewerkt, bijvoorbeeld in de communicatie. Al moet deze wel wat gefinetuned worden.’

‘In dat opzicht waren 2018 en 2019 geen slechte jaren: eigenlijk is alles best goed gegaan. Maar daar moet ik wel een aantekening bij maken: de omstandigheden waaronder we onze maatregelen moesten nemen waren ideaal. Bijvoorbeeld qua weer en windrichting bij de Kleinschalige Wateraanvoer. Maar wat als die minder ideaal zijn? Ook dan moet het systeem robuust zijn. En adaptief, zodat je bij kunt sturen. Is het systeem stabiel onder niet-ideale omstandigheden? Dat is voor ons de belangrijkste vraag.’


Concreet

Onlangs zijn de resultaten van de Beleidstafel Droogte gepresenteerd. De beleidstafel doet maar liefst 46 aanbevelingen om zuiniger om te gaan met water, het beschikbare water slimmer te verdelen, en de watersystemen en het landgebruik klimaatbestendig te maken. ‘Het zijn er inderdaad heel wat,’ lacht Van der Sande, ‘maar gelukkig zijn ze behoorlijk concreet. Ze hebben veel te maken met goede samenwerking en de voortzetting en verbetering van reeds in gang gezette activiteiten, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Ook is duidelijk: wie is bij welke actie aan zet? Zijn dat meerdere partijen, dan wordt een actiehouder aangewezen. Heel concreet, om te zorgen dat de zaken ook echt gebeuren. Je ziet dat een aantal aanbevelingen van de beleidstafel ook al geïmplementeerd is, zoals de actualisatie van de verdringingsreeks. Daarin zie je ook de actiegerichtheid van de waterwereld terug. We zijn met z’n allen behoorlijk positief hands-on georiënteerd.’

De winst van de beleidstafel zit hem voor een deel in dit soort snelle oplossingen. Maar het gaat ook om culturele zaken, aldus de Unie-voorzitter. ‘We zijn in Nederland gewend om water zo snel mogelijk af te voeren, maar nu moeten we, zeker op die hoge gronden, gaan nadenken hoe je daar water beter vasthoudt. Dat is complexer dan je zou denken. Want behalve onze grote nationale regenton het IJsselmeer hebben we niet zo veel grote wateren. En die zakken bij droogte ook uit. Dus moet je ondergronds oplossingen zien te vinden, lokaal of regionaal georiënteerd.’

‘Bij droogte
gaat het ook
om veiligheid’

Kosten stijgen

Moeten we met z’n allen niet gewoon minder water gebruiken? ‘Niet alles kan meer, dat is duidelijk,’ aldus Van der Sande. ‘We moeten af van het idee dat de overheid alles wel oplost. Als het om water gaat hebben we het zo goed geregeld in Nederland, tegen zulke lage kosten, dat men zich de waarde van water niet realiseert.’

Die kosten zullen stijgen. De belangrijkste reden dat de waterschapsbelasting in 2020 met 4,6 procent omhoog gaat, zoals het CBS onlangs nog becijferde. ‘We zullen zo veel mogelijk proberen om de uitvoering van maatregelen in onze reguliere werkzaamheden mee te nemen. Een deel van de vernieuwing van Kleinschalige naar Klimaatbestendige Wateraanvoer zit bijvoorbeeld al in de planning, daar zijn al budgetten voor.’

‘Toch kun je niet helemaal uitsluiten dat maatregelen nodig zijn die extra geld kosten. Dat hangt onder andere af van verschillende afwegingen: waar leg je de problemen neer en wie neemt welke kosten voor zijn rekening? En vooral: hoe kun je een en ander slim combineren zodat je maatschappelijke kosten zo laag mogelijk blijven?’

‘Belangrijk is om je te realiseren welke kosten je maakt als je niets doet. De schade van de afgelopen droogteperiode zit tussen 900 miljoen en 1,7 miljard. En dan is de schade aan de natuur nog niet eens bekend. Dat wil je toch voorkomen? Voor mij – ook als burger – is de belasting aan het waterschap een van de meest concrete en aaibare belastingen. Aan verzekeringspremies ben ik vele malen meer kwijt. Terwijl de waterschapsbelasting het fundament onder wonen, werken en recreëren in Nederland is.’


Gerelateerde artikelen

Deel dit artikel