Tekst Marc Notebomer

Beeld Hilbert Krane

Interview

Verrek! We hebben
onze zaakjes best goed geregeld

‘Interbestuurlijk
werken is geen
eendagsvlieg’

Hans Oosters en Rogier van der Sande over de mindset van samenwerken

Beiden slaan ze een nieuwe weg in. Voormalig voorzitter van de Unie van Waterschappen Hans Oosters is commissaris van de Koning in de provincie Utrecht geworden. En Rogier van der Sande, dijkgraaf van hoogheemraadschap van Rijnland, heeft Oosters’ functie als voorzitter van de Unie overgenomen. Beiden zijn trots op wat de waterschappen de afgelopen jaren hebben bereikt. Ze hebben zich een herkenbaardere positie in de samenleving weten te verwerven en lopen voorop als het gaat om interbestuurlijke samenwerking. Van dat laatste kan de rijksoverheid nog wat leren.

Op het moment van het interview is Hans Oosters bezig met ‘de laatste loodjes’ bij hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard, waar hij 13 jaar dijkgraaf was. ‘Ik zit in het grijze gebied,’ lacht hij. ‘Ik neem hier afscheid en ben me ondertussen nieuwsgierig aan het inwerken in mijn nieuwe functie. De stap naar een nieuw terroir is niet alleen spannend voor mij persoonlijk, maar ook goed voor de organisatie. Ik ben eerder burgemeester geweest, en vervolgens overgestapt naar de waterschappen. Dat ik nu naar het volgende pareltje van het decentrale bestuur ga, past in het interbestuurlijke plaatje. We staan gezamenlijk voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Dan helpt het als je elkaar goed kent.’


Verandering voorblijven

De afgelopen jaren hebben volgens Oosters grote veranderingen met zich meegebracht. ‘Veel waterschappen zijn samengevoegd en werken steeds intensiever samen met andere overheden, bedrijven en burgers. Met name ben ik trots dat we het interbestuurlijk werken tussen overheden vorm hebben weten te geven, zoals bijvoorbeeld bij het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie. Ik weet zeker: dat is geen eendagsvlieg.’

Een tweede grote verandering: de hoosbuien en de extreme droogte. Oosters: ‘Het werk van de waterschappen komt daardoor letterlijk bij mensen op het erf. Opeens krijgen ze het idee: verrek, we hebben onze zaakjes eigenlijk best goed geregeld. Goed waterbeheer is in toenemende mate een kwestie van de veranderende omstandigheden voorblijven, meent hij. ‘Die omstandigheden veranderen sneller en intenser dan we ooit eerder hebben meegemaakt. Het is helder dat iedereen daar een bijdrage aan moet leveren.’

De waterschappen hebben daarin een meervoudige opdracht. Oosters: ‘Allereerst gaat het om klimaatadaptatie. Dat wil zeggen: zorgen dat de capaciteit van gemalen op orde is en de dijken op sterkte zijn. Ten tweede willen we een bijdrage leveren aan de mitigatie. In gewoon Nederlands: onze CO2-uitstoot verminderen. De waterschappen zijn de eerste overheid die zegt in 2025 energieneutraal te werken. Dan heb je het over evenveel energie als de stad Rotterdam gebruikt. Als laatste moeten we zorgen dat we participatief werken. Eerdergenoemde is zo omvangrijk dat we het alleen maar met z’n allen kunnen doen: overheden, bedrijven en burgers. Het is onze taak om dat te faciliteren. Samen met de mensen in een gebied de verandering voorblijven.’

‘Water is dat
ene thema
dat ons
allemaal
bindt’

'Waterschappen treden
steeds meer naar buiten,'
aldus Rogier van der Sande

Beeld Merlin Daleman

‘We kunnen
gewoonweg
niet alles meer
voorkomen’

Ongewis

De noodzaak om meer en intensiever samen te werken met andere partijen onderschrijft ook Rogier van der Sande. De nieuwe voorzitter van de Unie van Waterschappen realiseert zich als geen ander dat alles ‘fundamenteel anders’ wordt. Van der Sande: ‘Bovendien kunnen we niet in de toekomst kijken. Wat er op ons af komt, weten we in sommige gevallen nog niet. Duidelijk is: we kunnen gewoonweg niet alles meer voorkomen. Dat is geen leuke boodschap maar wel een noodzakelijke.’

Alleen samen met anderen kunnen de waterschappen die soms ongewisse toekomst tegemoet treden. Van der Sande: ‘En dan heb ik het niet alleen over het klimaat maar ook over de digitale transformatie. Die laatste is een grote onbekende. Er komen bedreigingen, zoveel is duidelijk. En daar moeten we ons tot verhouden. We moeten de toekomst zelf mede vormgeven. Dat is niet moeilijk of lastig maar maakt het spannend en leuk.’

Net als Oosters ziet Van der Sande de uitwisseling van mensen tussen de verschillende decentrale overheden dan ook als een verrijking. Zelf was hij onder andere zes jaar wethouder in Leiden, zesenhalf jaar gedeputeerde in Zuid-Holland en was hij bestuurslid bij het Interprovinciaal Overleg (IPO). De wereld van het waterschap is relatief nieuw voor hem. Pas in 2017 werd hij dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Rijnland. ‘Die interbestuurlijke ervaring is geen must maar aan de andere kant: je kunt het niet in je eentje. Dan is het handig als je niet alleen elkaar begrijpt maar ook elkaars cultuur kent. Die mindset van samenwerken is bij de waterschappen sterk aanwezig.’


Op de agenda

Als dijkgraaf van Rijnland werd hij getroffen door het enthousiasme van de ‘Rijnlanders’. ‘Het ‘clubgevoel’ is groot. Waar dat aan ligt? Aan de passie rondom water. Het is dat ene thema dat ons allemaal bindt. Ook de deskundigheid is groot. Waterschappers weten waarover ze het hebben. Dat heb ik bijvoorbeeld afgelopen zomer ervaren, toen het zo extreem droog was. Dan ben je afhankelijk van goede adviezen en adviseurs.’
Dezelfde passie en deskundigheid ervaart hij nu bij de Unie van Waterschappen. ‘Voorgezeten door illustere voorgangers als Peter Glas en Hans Oosters is de Unie erin geslaagd om klimaatverandering en interbestuurlijke samenwerking op de agenda te krijgen. Best een bijzondere prestatie als je bedenkt dat de waterschappen nog niet zo lang geleden – tijdens het kabinet-Rutte I – moesten vechten voor hun bestaan.’


Verplichtingen

Zowel Van der Sande als Oosters prijzen de waterschappen omdat deze hun plek in de samenleving steeds beter weten in te nemen. Van der Sande: ‘Vroeger waren het vooral technische organisaties. Nu gaan ze steeds meer naar buiten, om te praten met de mensen en in gesprek te gaan met hun directe omgeving. Dat leidt niet alleen tot meer begrip en draagvlak, een bonus is dat je meer input krijgt van buitenaf.’

‘De waterschappen beseffen meer dan ooit dat ze een bijdrage kunnen leveren aan grote maatschappelijke vraagstukken,’ vult Oosters aan. ‘En daar zijn ze ook nog eens kundig en vaardig in. Natuurlijk is het een kwestie van wennen. Het is immers gemakkelijker om vanuit je eigen regelgeving en protocollen te redeneren.’ Hij waarschuwt: ‘Een herkenbare positie in de samenleving is fijn maar schept ook een aantal verplichtingen. De waterschappen zullen hun werk nog beter moeten doen.’

Dat wennen waarover Oosters het heeft, geldt ook voor andere overheden. ‘Vroeger was het: je gaat erover of niet. En wee je gebeente als je je op het terrein van een andere overheid begaf. Hoewel interbestuurlijk werken breed wordt omarmd, blijkt met name het rijk het in de praktijk nog wel eens lastig te vinden. Op onderdelen is de rijksoverheid soms nog een verzameling van individuele departementen, waarvan sommige moeite hebben met interbestuurlijk werken. Het verbetert wel iets maar het gaat niet hard. De rijksoverheid kan in dat opzicht nog iets van de Nederlandse waterschappen leren.’

Gerelateerde artikelen

Deel dit artikel