Tekst Bas Nieuwenhuijsen

Beeld Bureau Waardenburg en Fungalogic

Innovatie onder de loep

Circulair innoveren met zetmeel en schimmel

Inzet van afval leidt tot minder milieukosten

Circulair producten maken voor oevers en hoogwaardige toepassingen ontwikkelen van biomassa­stromen uit oevergebieden, dat stond centraal bij de Circulaire Innovatie Challenge van de Unie van Waterschappen. Belangrijkste winnaars: biologisch afbreekbare producten voor oeverherstel en thermische isolatie van gebouwen.

Bureau Waardenburg ontwikkelde een speciale structuur van afbreekbaar biopolymeer

Oevers zijn kwetsbaar voor erosie en moeten bijvoorbeeld door middel van beschoeiing worden beschermd en/of worden hersteld. Daarvoor kunnen traditionele materialen worden gebruikt, zoals plastics en beton. Maar kan het ook anders, circulair? Bureau Waardenburg ontwikkelde in samenwerking met Rodenburg Biopolymers, de Radboud Universiteit Nijmegen en het NIOZ een speciale structuur voor oeverherstel van een volledig afbreekbaar biopolymeer. Grondstof daarvoor is zetmeel, dat vrijkomt als afvalproduct in patatfabrieken. Van het zetmeel wordt het biopolymeer gemaakt in een open structuur, een soort netwerk dat, in laagjes op elkaar geklikt, matten of blokken kan vormen, die wat lijken op een honingraat. BESE-elements, een licht maar sterk materiaal, waar planten makkelijk doorheen groeien dankzij de open structuur.

‘Afval van de
patatfabriek
wordt
oeverbeschoeiing’

Het materiaal kan op alle soorten oevers worden toegepast, van steil tot vlak en kan ook achter een beschoeiing worden geplaatst als oeverherstel bijvoorbeeld niet goed op gang komt. Dat kan het geval zijn als de omstandigheden voor nieuwe begroeiing niet gunstig genoeg zijn. Plaatsing van BESE-elements helpt de grond aan de oever te stabiliseren en maakt nieuwe plantengroei mogelijk, waardoor het ecosysteem zich kan herstellen. Het materiaal is relatief duur om te maken, ongeveer driemaal de kostprijs van een traditionele polyamidemat. Maar Bureau Waardenburg wijst erop dat over de gehele levensduur van het product bekeken, de duurzaam geproduceerde BESE-elements goedkoper zijn, omdat er geen milieukosten mee gemoeid zijn. Aan het eind van de levensduur van het biopolymeer wordt het materiaal gewoon gecomposteerd.

Het bedrijf heeft 30.000 euro gewonnen, bestemd voor de verdere ontwikkeling van het product. Het geld wordt onder meer besteed aan onderzoek naar de optimale omvang van de mazen in de netstructuur. Ook zal onderzocht worden of er een variant van het biopolymeer kan worden ontwikkeld, die sneller afbreekt. Verder zal een pilot worden gedaan met oeverherstel.


‘Als het
materiaal wordt afgedankt, is
het simpel te
composteren’

Fungalogic voegt schimmel toe aan verhakseld en gepasteuriseerd riet, waardoor er een luchtige en goed isolerende structuur ontstaat


Schimmels

Het jonge bedrijf Fungalogic presenteerde voor de Circulaire Innovatie Challenge een nieuw isolatiemateriaal voor de bouw op basis van - bijvoorbeeld - riet. Voor thermische isolatie van gebouwen zijn veel materialen beschikbaar, waaronder minerale wol (zoals steenwol en glaswol) en piepschuim, maar ook ‘groene’ alternatieven zoals strobalen, schapenwol, kurk en vlas. Probleem met het gebruik van stro is onder meer dat het relatief veel ruimte inneemt (dikke muren), de andere materialen moeten chemisch behandeld worden in verband met brandveiligheid. Het product van Fungalogic heeft volgens het bedrijf die nadelen niet en isoleert tot 50 procent beter dan bijvoorbeeld stro.

Voor de fabricage gebruikt Fungalogic het riet dat van oevers wordt gemaaid. De lange stengels worden verhakseld en gepasteuriseerd, waarna ze in een zak in blokvorm worden gedaan en er een schimmel aan wordt toegevoegd. Het bedrijf maakt daarvoor gebruik van oesterzwammen. De schimmel mag twee tot drie weken groeien. De schimmel verspreidt zich en werkt als een soort lijm, die samenhang aan de rietsnippers geeft, waardoor een luchtige en goed isolerende structuur ontstaat. Vervolgens wordt het materiaal grondig gedroogd, waardoor de schimmel wordt gedood en het materiaal inert is. De blokken van 50 x 30 x 20 centimeter zijn goed toe te passen in bijvoorbeeld houtskeletbouw. Het bedrijf heeft hiermee al een klein paviljoen gebouwd, dat als vergaderruimte in gebruik is op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Fungalogic heeft al een klein paviljoen gebouwd in het ministerie van EZK

Oesterzwammen

Hoewel het product nu nog duurder is dan bijvoorbeeld piepschuim, denkt het bedrijf dat het na doorontwikkeling wel kan concurreren op prijs. Voor de productie wil Fungalogic bijvoorbeeld gebruik gaan maken van afval (het substraat dat als groeibodem wordt gebruikt) van de oesterzwammenteelt. Nederland is één van de grootste producenten van oesterzwammen in Europa. Het verwerken van de afvalstroom uit de oesterzwambedrijven betekent, naast het gebruik van biomassa van oevers, extra circulaire productie. Aan het materiaal zitten bovendien geen milieukosten, zoals bij minerale wollen en piepschuim. Als het materiaal wordt afgedankt, is het simpel te composteren.

Fungalogic heeft 35.000 euro gewonnen. Met dat geld zal het bedrijf het isolatiemateriaal verder ontwikkelen, onder meer door onderzoek te doen naar het gebruik van oesterzwamsubstraat, de optimale grootte van de rietstengelsnippers en andere variabelen in het productieproces. Daartoe heeft het bedrijf een nieuwe onderzoeks- en productieruimte betrokken.

Gerelateerde artikelen

Deel dit artikel